Het Rijksinpassingsplan voor het windpark Noordoostpolder is ter inzage gelegd in de zomervakantie. Recentelijk is de terinzage-termijn verlengd naar 30 september. Natuur en Milieufederatie Flevoland heeft op de plannen gereageerd. Onze eerste suggestie was om de plannen niet in de zomervakantie ter inzage te leggen: zou het Ministerie naar ons hebben geluisterd?
Natuur en Milieufederatie Flevoland gaat er inmiddels vanuit dat de plannen voor het grootschalige windpark in de Noordoostpolder worden doorgezet. In haar reactie (zienswijze) op het plan geeft de NMFF aan dat zij het van zeer groot belang vindt dat “de planvorming, procedure, realisatie en exploitatie van het Windpark NOP, in de schijnwerpers van de publieke opinie, zorgvuldig gebeurd”.
Verder vraagt NMFF het ministerie om haast te maken met de toegezegde participatiemogelijkheden voor bewoners van de gemeenten Noordoostpolder, Urk en Lemsterland.
In de milieueffectrapportage wordt geschreven dat er slachtoffers zullen vallen onder vogels en vleermuizen. Volgens het onderzoek zijn deze aantallen echter niet significant. Toch vraagt de NMFF om “de aanvaringslachtoffers tot een minimum beperkt te houden. Dit is mogelijk door het achterhalen van die (weers-)omstandigheden waarin de meeste slachtoffers vallen en deze vervolgens te koppelen aan restricties voor de windturbines.” Met andere woorden: de windmolens moeten worden stopgezet wanneer er sprake is van grote aantallen vogel- of vleermuisbewegingen.
Ook voor de verdere ontwikkelingen van grootschalige windenergie in Nederland is het van groot belang om lessen te leren van het windpark NOP. Hiermee kunnen toekomstige windparken met minimale ‘impact’ op vogels en vleermuizen worden gerealiseerd en geëxploiteerd.
Provinciale Staten van Flevoland hebben geadviseerd om het windpark NOP onder de provinciale Beleidsregel Windmolens 2008 te laten vallen. Dit betekent o.a. dat een bepaald percentage van de opbrengsten van het windpark terugvloeit naar het gebied in de vorm van een gebiedsfonds of gebiedsgebonden bijdrage. Zo’n gebiedsfonds kan vervolgens worden ingezet om in de kwelzone langs de Wester- en Noordermeerdijk investeringen te doen in natuur en recreatie.
In de gezamenlijke visie van De Provinciale Natuur- en Milieufederaties over toekomstige grootschalige windparken adviseren zij om de Natura 2000 gebieden in Nederland te vrijwaren van windmolens. Dit betreft ook de buitendijkse Natura 2000 gebieden, zoals het IJsselmeer. In een reactie op een uiting van het ministerie van EZ, geeft ook het ministerie van LNV aan dat zij Natura 2000 gebieden ongewenst vindt als zoeklocatie voor toekomstige windparken. In Duitsland, een van koplopers op het gebied van windenergie, zijn alle Natura 2000 gebieden categorisch uitgesloten als zoekgebied.
Wellicht zal blijken dat de opwekking van grootschalige windenergie en de natuurwaarden van de grote wateren goed samen kunnen gaan. Wellicht is het echter beter om een voorzorgprincipe te hanteren en Natura 2000 gebieden te ontzien. Hoe dan ook, het blijft lastig uit te leggen dat de parels van de Europese natuur als potentiële zoekgebieden worden beschouwd voor de opwekking van grootschalige windenergie. En als het windpark NOP ons iets leert, is het wel dat de lange procedures en de vele natuuronderzoeken windenergie in Natura 2000-gebieden tot een dure aangelegenheid maken.
Nadere info: Robert Atkins (Natuur en Milieufederatie Flevoland)